Wilfred Janssen, GiesbersWijchen

Featherlift

Kwaliteit, kwaliteit, kwaliteit.

Bij rimpels en een vermoeide uitstraling kan de featherlift een uitkomst zijn. Hierbij vinden er minder veranderingen plaats dan bij een klassieke facelift, maar krijg je toch een frissere uitstraling. Frederik Hendrik (Delft, 29 januari – Den Haag, 14 maart ), prins van Oranje en graaf van Nassau, was stadhouder, kapitein-generaal en admiraal .

Het consult

Frederik Hendrik (Delft, 29 januari – Den Haag, 14 maart ), prins van Oranje en graaf van Nassau, was stadhouder, kapitein-generaal en admiraal .

Het uitvoeren van sloopwerken. Produceren, repareren en verkopen van elektromotoren, reductoren, ventilatoren, pompen en transformatoren en elektromagnetische spoelen en het tingieten van elektrotechnische componenten. Vrij Groen, Grond en Infra B. Uitvoeren van cultuurtechnisch werk, produceren en leveren van grondmengsels.

Verkleinen en verwerken van groenafval, stobben en sloophout. Hak Industrie Noord-Oost B. Het ontwerpen, vervaardigen en installeren van metaalconstructies, pijp-supports, meet- en regelstations en verwarminqsinstallaties. Handel- en industriemaatschappij Rhenania, Nijmegen Nederland Uitwendig en inwendig bekleden van buizen en fittingen voor onshore en offshore pijpleidingsystemen. Aanbrengen van beton gewichtsbekleding voor offshore pijpleidingsystemen. Hak Industrie Zuid B. Het onderhoud van onder- en bovengrondse leidingsystemen en installaties voor gassen en vloeistoffen.

Project- en particuliere verhuizingen, op- en overslag van inboedels, archieven en koopmansgoederen. Het ontwerpen, aannemen en uitvoeren van werken op het gebied van grond-, weg- en waterbouw en bodemsanering. Leveren van civieltechnische en keramische klei, depotopbouw en -begeleiding keramische industrie.

Het ontwerpen, aannemen en uitvoeren van werken op het gebied van grond-, weg- en waterbouw. Verkoop, engineering, fabricage, montage, service en onderhoud van afvalverwerking machines. De Rooij Milieutechniek B. Manufacturing of vegetable based speciality oils, fats, shortenings and margarine for the food industry. Development and manufacturing of vegetable based speciality oils, fats, shortenings and margarine for the food, feed and chemical industry.

Het werktuigbouwkundig detailontwerpen en uitvoeren van projecten in de burger- en utiliteitsbouw in de milieusector, drinkwatersector en industrie. Het ontwerpen en uitvoeren van projecten in de grond- weg- en waterbouw. Nederlands Certificatie Kantoor BV. Het aannemen en uitvoeren van bouwwerken in de utiliteits- en woningbouw. Aannemen, aanleggen en onderhouden van cultuurtechnische werken, groenvoorzieningen, grond- weg- en waterbouw, reinigen openbare ruimte, gladheidsbestrijding, bos-, natuur- en landschapsbouw, verkeersvoorzieningen.

Het uitoefenen van een aannemingsbedrijf op het gebied van Grond-, Water-, Wegenbouw- en Groenvoorzieningswerkzaamheden, en het uitvoeren van bodemsaneringswerkzaamheden. Aannemen en uitvoeren van civiel-, natuur- en cultuurtechnische werken. Het aannemen en uitvoeren van grond-, weg-, bestratings-, en rioleringswerkzaamheden. Aannemings- en Installatiebedrijf Kwakernaak B. Het bewaken, vernieuwen, onderhouden, renoveren en ombouwen van rioolgemalen met bijbehorende leidingsystemen en installaties.

Het aanbrengen van betonbescherming in rioolgemalen en andere technische installaties. Het uitvoeren van cultuurtechnische werken en gladheidsbestrijding. Het uitvoeren van woning-, utiliteits- en interieurbouw, offshoreprojecten, onderhoudswerkzaamheden aan gebouwen en werkzaamheden in de timmerwerkplaats. Het ontwikkelen, aannemen en uitvoeren van projecten in de woning- en utiliteitsbouw.

Het aannemen en uitvoeren van nieuwbouw-, renovatie- en onderhoudsprojecten in de woning- en utiliteitsbouw. Er vertrokken te weinig schepen naar San Francisco om de stroom gelukszoekers te kunnen verwerken. De grote concentratie vrijgezelle mannen met geld trok bordelen, saloons en gokhallen aan. Menig gelukszoeker verloor er zoveel dat hij onvoldoende overhield om het vervolg van de reis naar San Francisco te kunnen betalen.

Duizenden werden het slachtoffer van cholera , dysenterie , malaria en gele koorts. Door een gebrek aan medische zorg was het sterftecijfer hoog. Veel migranten die een plaats op een schip konden bemachtigen overleden aan boord omdat ze besmet waren voor ze zich inscheepten.

De tocht over de landengte van Panama werd veel gemakkelijker na de voltooiing van de Panamaspoorweg in De reis over het spoor duurde slechts een aantal uren. De grote stroom gelukszoekers was toen echter al opgedroogd. Er bestond ook de mogelijkheid om de lange zeereis rond Kaap Hoorn te vermijden door het continent over te steken ter hoogte van Nicaragua.

Deze route was ongeveer kilometer korter dan de Panama-route. Het land werd doorkruist over achtereenvolgens de rivier San Juan , het meer van Nicaragua en ten slotte over land. De San Juan is bijna kilometer lang, met een aantal stroomversnellingen die minder gevaarlijk zijn dan die in de Chagres.

De reis ging per zeil- of stoomschip tot aan de stroomversnellingen die te voet werden gepasseerd, waarna de tocht per bungo werd vervolgd tot aan het meer. Op het meer van Nicaragua stapten de reizigers over op een zeil- of stoomschip dat hen over een afstand van kilometer naar de stad Granada bracht, aan de noordwestoever. Hiermee was de oversteek in totaal ongeveer kilometer lang.

De Nicaragua-route trok weinig belangstelling, want hoewel de kans op malaria veel kleiner was, moesten de reizigers dezelfde soort ontberingen ondergaan als op de Panama-route en was de af te leggen afstand veel groter. Bovendien was het meer van Nicaragua berucht om zijn stormen. De wedijver tussen de twee steden leidde vaak tot gewelddadigheden, die in zelfs in een burgeroorlog ontaardden.

De situatie veranderde toen Cornelius Vanderbilt een concessie verwierf voor de aanleg van een kanaal door Nicaragua. Dit contract hield ook het exclusieve recht in om transitdiensten te verrichten tot het kanaal was voltooid.

Vanderbilt kreeg zo het monopolie op de Nicaragua-route, waarin hij veel geld investeerde. Hij koos voor een zuidelijker route, die slechts 20 kilometer over land liep, van Rivas , aan de westoever van het meer van Nicaragua naar San Juan del Sur aan de Grote Oceaan. Hij ruimde veel obstakels in de San Juan op, legde bij de overblijvende stroomversnelling rails aan waarover de reizigers vervoerd werden, bouwde hotels en restaurants langs de route en verhardde de weg van Rivas naar de kust.

Anticiperend op het kanaal opende hij op 14 juli zijn verkorte Nicaragua-route, met een tarief van dollar. Oceaanstomers van Vanderbilt vervoerden twee maal per maand passagiers van New York naar San Juan del Norte , waar ze konden overstappen op rivierstomers van de Accessory Transit Company, die speciaal voor dit doel door Vanderbilt was opgericht.

De reis van San Juan del Norte tot Rivas duurde twee dagen en werd, afgezien van enkele honderden meters over rails, geheel afgelegd in stoomschepen. De tocht van Rivas naar de kust ging per diligence. In de havenstad San Juan del Sur konden de goudzoekers zich op oceaanstomers van Vanderbilt inschepen naar San Francisco.

Die stad werd bereikt na 47 dagen. De nieuwe Nicaragua-route was niet meteen succesvol. De Accessory Transit Company kreeg de bijnaam The Death Line vanwege het gebrek aan comfort en de slecht onderhouden schepen. Later verbeterde dit en uiteindelijk daalde de reistijd van New York naar San Francisco tot 21 dagen.

Hat tarief werd gehalveerd tot dollar. Europese gelukszoekers konden goedkoop naar havens aan de Amerikaanse oostkust reizen op terugkerende Amerikaanse schepen die tabak , katoen en walvisolie naar Europa hadden vervoerd. Ze moesten vaak hun schamele bezittingen verkopen om de reis te kunnen betalen. Met hun weinige bagage reisden ze te voet, per paard en wagen , trekschuit , beurtvaartschip of trein naar een zeehaven.

De overtocht duurde, afhankelijk van de wind en seizoen , tussen de vijf en acht weken. De meeste migranten reisden in de zogeheten 'landverhuizersklasse' in het Engels steerage.

Met zijn allen werden ze ondergebracht op het donkere en vaak smerige tussendek waar ze weinig privacy hadden en slecht voedsel te eten kregen. Als ze in het najaar vertrokken was de kans groot dat het schip in een zware storm terecht kwam. De toegangen tot de passagiersruimten werden dan afgesloten waarop de gelukszoekers soms dagenlang in het halfduistere tussendek opgesloten zaten. De ontlasting en het braaksel van de zeezieken werd in open tonnen bewaard. Het drinkwater, dat vervoerd werd in houten vaten, moest als de reis lang duurde met azijn worden aangelengd om bederf tegen te gaan.

Met enige regelmaat braken er aan boord besmettelijke ziekten uit, soms met dodelijke afloop. Door de slechte constructie leden ook veel schepen schipbreuk , tot meer dan tien per jaar. De meeste Europese landverhuizers kwamen aan land in New York , maar het kon, in volgorde van belangrijkheid, ook Boston , Baltimore , Philadelphia of New Orleans zijn.

De vertrekhaven voor Chinese goudzoekers was Hongkong. De tienduizenden migranten kwamen voornamelijk uit de provincie Guangdong , ten noordoosten van Hongkong. In tegenstelling tot de meeste Chinese emigranten naar andere streken waren het geen koelies , maar kooplieden , winkeliers , boeren en ambachtslieden.

Zij reisden doorgaans met veel bagage en konden betalen voor comfort aan boord, waardoor toestanden als op de Europese migrantenschepen niet voorkwamen. Bovendien zagen de reders erop toe dat de passagiers goed behandeld werden, uit vrees voor rechtszaken.

Vaak bedankten de reizigers de kapitein van het schip, na aankomst in San Francisco, voor zijn goede zorgen en boden ze hem een vlag of wimpel aan waarop zijn professionaliteit geroemd werd. Probleemloos waren de overtochten niet. De reisduur was 45 tot 50 dagen en de schepen waren veelal te zwaar geladen, waardoor tijdens zwaar weer schipbreuken voorkwamen.

Verder dreigde ook het gevaar door piraten overvallen te worden. Ziekte aan boord was een veelvoorkomend verschijnsel. Op alle overtochten overleden wel enkele passagiers en een enkel schip werd getroffen door een besmettelijke ziekte waaraan veel passagiers en bemanningsleden stierven. De methoden om goud te winnen veranderden gaandeweg.

In het begin kon het edelmetaal in de rivierbedding gevonden worden. Gouddelvers konden er in het begin mee volstaan om bodemmateriaal uit de rivierbedding te scheppen.

Een veelgebruikte methode was panning afgeleid van goldpan. De delver mengde in een goudpan water met grond uit de bedding, draaide de pan behoedzaam rond en waste de lichtere materialen weg zodat het goud achterbleef.

Deze methode was weinig effectief en leidde vaak tot rugproblemen. Indianen en goudzoekers uit Midden- en Zuid-Amerika pasten winnow mining toe winnow betekent ' wannen '; mining is in het Nederlands ' mijnbouw '. Ze gebruikten hun fijngeweven, wollen dekens om daarop natte grond uit de bedding te laten drogen.

Als de substantie droog was werd het opgegooid, waarbij het zand door de wind werd weggeblazen. Een volgende stap was de invoering van primitieve wasmachines, die rocker box letterlijk 'schommelkist' of cradle 'wieg' werden genoemd.

Een rocker box was een hoge kist, die aan een zijde en van boven open was en die makkelijk in een schommelende beweging gebracht kon worden doordat aan de onderzijde twee halve bogen waren bevestigd. De kist werd via een zeef gevuld met natte grond uit de bedding van een rivier of beek. Op de bodem van de kist zaten ribbels, met daarop vaak een tapijt, waarop het goud achterbleef nadat het al schommelend was uitgewassen.

Zo konden door twee personen emmers per dag verwerkt worden. Ruim een verdubbeling van dat aantal kon bereikt worden met een lange zeef, de long tom , waarop met een schop natte grond werd geschept.

De grond werd rond geroerd, waardoor zand en goud door openingen in een eronder gelegen bak vielen en zo gescheiden werden van stenen.

Het goud werd met behulp van water uitgewassen. Deze methode was het effectiefst als het werk werd gedaan door drie of vier personen: Soms werd water uit de rivier direct naar de long tom geleid.

Ervaren Latijns-Amerikaanse gouddelvers pasten een methode toe waarmee goud gewonnen werd uit kwarts. Dat gebeurde met mankracht of met behulp van een paard of ezel. Uit het verpulverde materiaal werd het goud gewonnen door het eruit te wassen met kwik , waarmee goud een amalgaam vormt. Chinezen introduceerden het waterrad dat aangedreven werd door de rivier.

Dat had twee effecten: Omdat in de stromende rivier veel minder goud te vinden was dan in de bedding was deze methode niet erg productief. Toen de goudopbrengst aan het water terugliep gingen de gouddelvers graven in de buurt van de rivieren en stroompjes. Omdat zo'n gat leek op het hol van een coyote werd dat coyote mining genoemd. Aanvankelijk gebeurde dat individueel, met een schop, houweel en koevoet, waarbij het goud op traditionele manier werd uitgewassen.

Later organiseerden de goudzoekers zich in groepen en gingen ze schachten graven van 6 tot 13 meter diepte. Daar werden tunnels gegraven, op zoek naar rijke gebieden. Coyote mining vormde een overgang naar een grootschalige ondergrondse methode. Omdat het moeilijker werd om goud te vinden, werden vanaf grootschaliger methoden toegepast.

Een andere grootschalige methode was hardrock mining van hardrock , 'steenrots' , ook wel quartz mining of lode mining genoemd vanwege de goudaders, in het Engels lodes , die uit het kwarts bevrijd moesten worden. Het was een doorontwikkeling van de Latijns-Amerikaanse arrastra -methode.

In de rotsen werden mijngangen uitgehakt, met de hand of met boren die aangedreven werden met perslucht. Als ze een rijk gebied aantroffen brachten de mijnwerkers dynamiet aan dat ze lieten ontploffen.

Uitgehakte brokken kwarts werden in mijnwagentjes naar buiten gereden en geplet met grote ijzeren stempels. Vervolgens werd de verpulverde materie gewassen over koperplaten die waren bedekt met kwik.

De eerste pogingen om hardrock mining toe te passen werden gedaan in Het duurde echter tot het einde van het decennium voor de methode veel opbrengst genereerde. Rond werd in de mijngebieden geprobeerd goud te winnen uit de uiterwaarden van de rivieren met behulp van baggermachines.

Deze pogingen tot dredging 'uitbaggeren' mislukten. Het zou tientallen jaren duren voor de methode met succes werd toegepast. Vanaf hoger gelegen gebieden werd water door geklonken metalen buizen naar beneden geleid. Met elke 10 meter dat het water lager kwam, liep de waterdruk op met 1 bar. Eenmaal beneden werd het water via slangen naar spuitmonden geleid. De spuitmonden werden systematisch naar voor en naar achteren bewogen, waardoor de waterstralen zich in de hellingen boorden.

Het slib liep naar beneden en werd opgevangen in sluizen waarin het goud met traditionele technieken werd gescheiden van andere substanties. Er waren hooguit duizend militairen gelegen in het gebied, dat geen burgerlijke overheid kende, geen wetboek, geen politie en geen gevangenissen.

De grond waarop de goudzoekers werkten was officieel gemeenschappelijk gebied, zonder private eigendomsrechten. De eerste goudzoekers hadden geen probleem met de wetteloosheid. Alle groepen vonden dat iedereen goud mocht zoeken waar hij wilde, zolang hij anderen niet fysiek hinderde. In de rijke mijngebieden zochten de gouddelvers bijna schouder aan schouder en zodra het moeilijker werd om goud te winnen zwermden ze uit naar nieuwe vindplaatsen. Een enkeling probeerde een claim te leggen op een vondst, maar dat werd door de anderen niet geaccepteerd omdat het werd gezien als diefstal van de gemeenschap.

In het eerste jaar verdienden de meeste goudzoekers veel geld. Zij hadden veel kosten gemaakt en veel ontberingen doorstaan, en hadden behoefte aan zekerheid. Het verzet tegen het leggen van claims nam af en gedurende het jaar ontstond op verschillende plaatsen en op verschillende tijdstippen een gewoonterecht dat claims reguleerde.

Dat recht was voor een deel gebaseerd op Mexicaanse mijnwetten en droeg daarnaast kenmerken van vroeg-Amerikaanse democratische principes. Een claim gaf alleen het recht om goud te winnen, niet om de grond te bezitten. Het claimrecht was aanvankelijk primitief: Zo'n claim bleef maanden geldig. Later werd het claimrecht uitgewerkt tijdens vergaderingen waarin goudzoekers die in hetzelfde kamp werkten afspraken maakten, de Miners' Meetings.

De uitgangspunten waren in alle kampen gelijk: De nadere uitwerking verschilde van plaats tot plaats. Dan ging het om details waarin bijvoorbeeld bepaald werd hoe groot de claim mocht zijn, hoeveel claims een persoon mocht hebben, hoe een claim overgedragen kon worden, hoe vaak er in de claim gewerkt moest worden en hoe de grenzen van een claim aangegeven moesten worden.

In de vergaderingen van gouddelvers had elke aanwezige stemrecht , de nieuwkomer evengoed als iemand die al een claim had. De voertaal was het Engels ; de deelnemers werden geacht Amerikaans staatsburger te zijn of dat te willen worden. In de meeste kampen kozen de goudzoekers uit hun midden een alcalde , een soort burgemeester.

De functie, die dateerde uit de Mexicaanse tijd, werd gaandeweg uitgebreid om het rechtsvacuüm op te vullen. Ook de naam veranderde, na werd deze functionaris justice of the peace genoemd. Het zo gedefinieerde recht werd door vrijwel alle Amerikaanse goudzoekers van het kamp geaccepteerd, ook door personen die de betreffende vergadering niet hadden bijgewoond. Het claimrecht werd impliciet afgedwongen, niet zozeer door de dreiging van geweld tussen individuen als wel door druk van de gemeenschap als geheel.

Dat gold echter alleen voor Amerikanen en personen die het staatsburgerschap nastreefden en Engels als voertaal gebruikten. Amerikaanse gouddelvers waren over het algemeen van mening dat het vreemdelingen verboden moest worden om goud te delven en veel claimrechten kenden bepalingen die niet-Amerikanen uitsloten.

Als vreemdelingen succes hadden was dat soms aanleiding tot het gebruik van geweld, zoals in maart in Mokelumne Hill. Amerikaanse goudzoekers sloten zich aaneen, stelden een claimrecht op dat aan ieder van hen een claim van tien vierkante voet toekende en verdreven vervolgens de Fransen.

In feite accepteerde de overheid het recht van de goudzoekers om onder elkaar uit te maken hoe ze te werk wilden gaan. De staat was bereid die rechten voor de rechtbank af te dwingen. De oorspronkelijke Amerikaanse goudzoekerskampen waren rond uitgegroeid tot zo'n mijndistricten, die allemaal een claimrecht kenden.

Ongeveer districten hadden hun claimrecht vastgelegd in een stelsel van regels en voorschriften dat bewaard is gebleven. De Californische mijndistricten werkten zo doeltreffend dat ze lang na de instelling van een burgerlijke overheid bleven bestaan. De regels en procedures uit hun claimrecht vormden uiteindelijk de basis voor de Amerikaanse federale mijnbouwwetten. In totaal migreerden tussen en ruim Verreweg de meesten van hen waren Amerikanen, zowel blanken als bevrijde slaven en zelfs niet-bevrijde slaven.

Bij Chinese immigranten was het aandeel van vrouwen nog lager: Kleine nederzettingen groeiden in korte tijd uit tot steden en nieuwe nederzettingen werden gesticht. Het inwoneraantal van San Francisco steeg tussen en van ongeveer tot Door de houten trottoirs die vrij lagen van de bodem had de altijd sterke wind vrij spel om de brand aan te jagen waardoor vele huizenblokken verwoest werden.

Tijdens de grootste brand, die van , werd driekwart van de stad in de as gelegd. Een gunstig bijeffect van de branden was dat broedplaatsen van cholera vernietigd werden. De belangrijkste steden buiten San Francisco waren Sacramento en Stockton. Sacramento, in gesticht door John Sutters zoon John Jr.

Stockton werd in gesticht door Charles Maria Weber , die concludeerde dat er meer te verdienen viel met het verkopen van goederen aan goudzoekers dan met delven. De stad, gelegen aan de San Joaquin River , werd het toeleveringscentrum voor nederzettingen in de zuidelijke mijnregio's.

Ook de internationale handel kreeg een impuls. Tijdens de Californische goldrush werd naar schatting ruim De waarde van zo'n hoeveelheid goud zou in meer dan 13 miljard dollar bedragen. Het meeste goud gebruikten ze echter om er levensbehoeften en gereedschappen van te kopen. De kooplieden op hun beurt betaalden hun leveranciers met het goud dat ze ontvangen hadden.

Van het goud dat ze overhielden stuurden velen een deel naar hun thuisfront. Zo verdween veel goud naar andere staten van Amerika en naar andere landen. Later werd het ook mogelijk om goud in te wisselen voor waardepapieren, die alleen lokaal geldig waren.

Omdat ineens veel extra goud in omloop kwam, stegen de prijzen wereldwijd, namen de investeringen toe en groeide de werkgelegenheid.

De prijs van ruw hout steeg van 17 dollar per kubieke meter naar dollar. Voor kleine bouwkavels, die eerst enkele tientallen dollars gekost hadden, moesten binnen enkele maanden duizenden dollars betaald worden. Jeder kennt diese lustigen Zuckerl mit den dreidimensionalen Formen.

Sie sind nicht nur lustig anzusehen, sondern sorgen auch im Mund für ein wirkliches Erlebnis beim Lutschen. Auch die Geschmacksrichtungen werden euren Gaumen sicher entzücken. Die Geschmacksrichtungen reichen von klassisch bis hin zu etwas ausgefalleneren Aromen: Diese Zuckerl sind nicht nur ein Fest für die Augen, sondern auch durchaus für den Gaumen. Gemeinsam mit Friedrich W. Damals wie heute, werden diese kleinen Kunstwerke in reiner Handarbeit Stück für Stück und nach Jahre alten Originalvorlagen für Sie gefertigt.

Nicht nur die Bonbons, sondern auch die edlen Kartons, in denen sie verpackt sind, sind eine Hommage an den wohl bekanntesten österreichischen Bonbon-Hersteller und K. K - Hoflieferanten vergangener Zeiten. Detailgetreu werden diese Bonbons nach Vorlagen aus dem Jahre auch heute mit viel Sorgfalt und handwerklichem Können hergestellt. Diese Schönheiten tragen ihren Namen bereits seit Jahren Unzählige Einzelteile und viel handwerkliches Geschick sind nötig, um diese detailverliebten Muster und Formen in diese Bonbons zu zaubern.

Eins zu eins werden diese Mosaik-Muster nach Originalvorlagen von gefertigt. Fast zu schön, um sie zu essen In diesen Jahren entstand zwischen den beiden "Zuckerlmachern" eine Freundschaft, aus der heraus die Idee entstand, mit diesen Bonbon-Editionen von an diese lange österreichische Tradition zu erinnern.

Fritz Heller und Christian Mayer verbrachten oft viele Stunden, in denen sie gemeinsam alte Kataloge der Firma Heller durchblätterten, um über die "alten" Sorten zu fachsimpeln. Beim Durchstöbern dieser alten Produkt-Bücher fanden die beiden zwei Bonbon-Mischungen, die es ihnen besonders angetan haben. Diese Zuckerl bezaubern sowohl durch Schönheit als auch durch Eleganz. Es benötigt darüber hinaus enormes handwerkliches Können, diese filigranen Muster per Hand in ein Bonbon zu zaubern.

Nur die erfahrensten Bonbonmacher waren fähig, diese extravaganten Motive herzustellen. In mühevoller Kleinstarbeit werden diese kleinen Kunstwerke, damals wie heute, mit viel Sorgfalt und Passion in reiner Handarbeit hergestellt.

Ihre Kreationen begeisterten nicht nur Jung und Alt. Sehr bald wurde die Firma Heller zum K. K Hof- und sogar zum persönlichen Kammerlieferanten des Kaisers ernannt. Der Grundstein für diese Legende war gelegt. Wiener Gemeindebezirk, die auch heute noch dort steht und eindrucksvoll den Glanz der damaligen Zeit widerspiegelt.

In dieser Fabrik waren zu ihrer Glanzzeit bis zu Mitarbeiter beschäftigt. Schon bald lieferte die Firma Heller ihre Produkte in viele Länder dieser Erde bis nach Übersee, wo ihre Bonbons und Zuckerwaren ebenso begehrt und beliebt waren wie hier zu Hause in Österreich. Die Füllungen reichen von Schokolade, Haselnuss bis hin zu Kürbiskernen.

Der absolute Klassiker unter den österreichischen Zuckerln. Gefüllt sind diese kleinen und Pastell gestreiften Bonbons mit feinster Schokolade aus dem Hause Zotter. Für die Fülle werden in jedes Bonbon Zucker- und ebenso viele Schokoladenschichten per Hand übereinander gelegt, die schlussendlich von einem seidig-glänzenden, gestreiften Mantel umhüllt werden.

Eine Legende unter den Seidenzuckerl. Die sogenannten "Krachmandel" zeichnen sich durch ihre unglaublich knusprige Hülle und ihre reine Haselnussfüllung aus. Reines, delikates Haselnussmark aus dem Hause Zotter bildet die Fülle dieser braun gestreiften Seidenzuckerl. Für alle Liebhaber von feinem Kaffeegeschmack kombiniert mit dunkler Schokoladenfüllung ist diese Edition ein Muss.

Abgerundet wird die fein-herbe Kombination mit echtem Kardamom. In der Kaffee-Kardamon Edition treffen sich zwei Ikonen an ausgeprägtem Geschmack und bringen orientalische Noten mit. Abgerundet werden diese charaktervollen Partner mit feiner Schokolade aus dem Hause Zotter. Die Kernöl Edition spielt mit den nussigen Aromen der gerösteten Kürbiskerne und der zart feinen Kombination von dunkler Schokolade und prämiertem steirischen Kürbiskernöl. In den grün schwarz gestreiften Zuckerln finden sich gemahlene und gerösteten Kürbiskerne und Kernöle von prämierten Erzeugern.

Für die Jenigen, die gerne den Geschmack der frischen und starken Pfefferminze, und vor allem der puren, winterlichen Erfrischung lieben. Wenn man die knusprige Schale mit sanftem Biss zum bersten bringt löst man somit ein Feuerwerk der frischen Minze im Mund aus. Unsere Latschenkieferzuckerl spiegeln den Geschmack der österreichischen Berge wider.

Der Hauptdarsteller in dieser Edition ist reinstes Latschenkieferöl aus dem Nationalpark, welches vom Mandlberggut in Radstadt auf alte, traditionelle Weise destilliert wird. Verfeinert wird dieses feine Aroma mit den Noten von Zitrone und Honig. Diese kleinen gestreiften Polster schmecken nicht nur gut Unsere Drops haben die Form von kleinen Kissen sind aber teilweise aus gezogenem, so wie Glaszucker hergestellt. Diese kleinen Kissen zeichnen sich durch die Mischung von Glaszucker und gezogenem Zucker aus.

Der spröde Zucker gibt einem die Möglichkeit das Zuckerl sofort zu zerbeissen. Der Glaszucker dient dazu, das Zuckerl auch langsam lutschen zu können.

Hierbei werden die Bonbons immer runder und nehmen die Form von kleinen Tropfen an. Daher auch ihr Name. Unsere Drops gibt es von ganz sauer, über salzige Lakritze bis hin zu echten Kräuterzuckerl. Diese Mischung ist für diejenigen, die es wirklich sauer lieben. Süss und Sauer zu verknüpfen gehört wohl zu den verlockensten Geschmackskombinationen, denn hier werden zwei ganz gegensätzliche Empfindungen angesprochen.

Wir kennen das aus der Natur, wenn sich bei reifem Obst Zucker und Säure in wechselwirkender Balance halten. Es sind die Aromen der liebevoll gepflegten Kräuter aus dem Kärntner Bergdorf Irschen, die diesen Drops ihre wohltuende Wirkung verleihen. Wer kennt diesen einzigartigen Geschmack nicht noch aus seiner Jugend? Eine geheime Kombination aus mehreren "frischen" Aromen, wie u. Minze und Eukalyptus ergeben diesen typischen und wohl bekannten Geschmack unserer Gletscher Drops.

Diese Drops zeigen schon in der tiefmatten, lilaschwarzen Farbe ihren wilden Charakter. Für all diejenigen, die es fruchtig und weich lieben. Unsere Fruchtgelees werden aus Bio-Früchten, Pflanzenextrakten, natürlichen Aromen und vielen anderen echten Zutaten hergestellt.

Ihr zarte Konsestenz erhalten die kleinen Würfel durch das pflanzliche Geliermittel Apfelpektin. Unsere Gelees sind also durch und durch natürlich und wie all unsere Produkte vegan.

Wer es nicht nur fruchtig, sondern auch scharf mag, wird diese feurigen Gelees lieben.

Over de ondraaglijk heerlijke lichtheid van de wereld van het bord- en kaartspel.

Geraadpleegd op 22 maart

Closed On:

Einfach, aber einfach brillant: Die Geschmacksrichtungen reichen von klassisch bis hin zu etwas ausgefalleneren Aromen:

Copyright © 2015 wholesumfamilyfarms.info

Powered By http://wholesumfamilyfarms.info/